De voorbereiding was intens. Op Hemelvaartsdag ging ik er alleen vandoor, de 1070 kilometer richting Bourg d’Oisans. Na een dag rijden heb ik in een erg cheap ass hotelletje geslapen, waarna ik de volgende dag nog maar 90 kilometer hoefde te rijden tot de voet van de Alp.

 

Het weer was prachtig, enkele wolkjes aan de lucht en goed warm. Na het opwerpen van mijn tentje, kon ik er vandoor. Ik ging de eerste trainingsklim van deze week doen. Een korte rit naar het plaatsje Villard Reymond, recht tegenover de Alp. Traditiegetrouw de eerste klim als voorbereiding op Alpe d’HuZes. Door de bossen de lucht in, amper ander verkeer en als beloning een mooi uitzicht. Hier heb ik direct de vlogjes opgenomen voor de sponsoren en voor de potentiële sponsoren. De afdaling was gaaf, vooral dan de vos die voor mijn fiets weg dook. Meteen in de remmen en over de rand kijken. Dat had meneer of mevrouw  de vos niet verwacht, zo’n gekke Hollander op de fiets, geschrokken schoot de vos de bossage in.

 

 

 

Mijn ouders wilden niet op deze vrijdag al aankomen, maar nadat ik gezegd had dat ik het leuk vond als ze er al zouden zijn, trapte mijn vader het gaspedaal wat langer in. Na anderhalve dag solitair, weer wat aanspraak, erg fijn.

 

 

Trainingsdag 2 wilde ik even knallen. Eén van de schitterende beklimmingen in de omgeving, de Croix de Fer en daarna via Villard Reculas terug naar de camping. Dat moest toch lukken? De Croix de Fer is echt schitterend en zwaar. Het begint bij een stuwmeer, die ik altijd rechts laat liggen en via het plaatsje Allemont, begin ik dan aan de eerste hoogtemeters. Door de bossen en lange rechte stukken klim je lekker koel door de schaduw naar het plaatsje Rivier d’Allemont op 1200 meter hoogte. Op dit stuk word ik wel erg gemakkelijk ingehaald door vier renners in een BMC pakje. Niet alsof ik stil sta, maar ik ben jaloers. Vlak na dit groepje komt de volgwagen van BMC langs, het zijn de echte profs, die mogen mij wel passeren. Ik passeer het heerlijke terrasje in Rivier d’Allemont, maar dat is pas voor de afdaling. Na Rivier d’Allemont is er jaren geleden een stuk weg weggeslagen. In plaats van klimmen, daal je ineens steil naar beneden. Shit, dat moet je later weer extra klimmen.

Na de daling, begint het steile klimmen. De omgeving verandert, de bossen verdwijnen en er komen wat meer rotswanden en steenslag. Langzaamaan (en sommigen wat sneller) kom je bij het stuwmeer uit. In plaats van doorklimmen, daal je weer een stuk naar beneden. Shit, dat moet je later ook weer extra klimmen. Vanaf dit punt zit je in een kaal landschap met alleen gras. De Nederlandse dame die ik voorbij ging en die aan mijn wiel bleef plakken omschreef het treffend tegen haar vriend die net kwam afdaling: ”Wat heb je mij aangedaan!” En ze klaagde dat haar water op was, tja dat is niet handig, die had ik tijdens de klim wel bijgevuld in Rivier d’Allemont.

Bij de afslag naar de Glandon is het nog enkele kilometers niet al te steile kilometers doorklimmen. Vlak onder de top dacht ik een Francaise te passeren, maar daar dacht zij anders over. Ze versnelde, mij aanmoedigend dat ik mee moest springen. Zo kwamen we high fivend over de streep op 2067 meter hoogte.

De klim van de Croix de Fer is zwaar, door de lengte, het aantal hoogtemeters en dat je maar niet in een ritme komt, omdat je af en toe moet dalen. Als je dan eindelijk vanaf de top mag afdalen is dat lekker, maar bij de Croix de Fer moet tussendoor dus wel twee keer gaan klimmen. Die stukjes zijn behoorlijk zwaar. Na het tweede stukje klimmen, kom je weer terug in Rivier d’Allemont. Daar kom ik bij de volgende traditie aan, het koffietje bij de Franse Crêperie Les Favets. Heerlijk even rusten.

Na de koffie, cola en salade kan ik weer verder. Eerst ontzettend hard naar beneden in het laatste stuk afdaling van de Croix de Fer en in plaats van over het vlakke terug naar Bourg d’Oisans, ga ik via Villard Reculas. Nog eens 800 hoogtemeters klimmen en dan uitkomen op een paar kilometer onder de top van Alpe d’Huez. Deze klim werd een ware training. Het was 34 graden en ik was niet meer vooruit te krijgen. Eén keer gestopt om te spugen, wat niet lukte. Het tempo ging steeds meer omlaag en continu naar de fietscomputer kijken of ik nou niet eindelijk op 1554 meter hoogte zou zijn. Veel pijn geleden en toen ik eindelijk in Huez aankwam, tussen bocht 7 en 8, ben ik in de schaduw gaan zitten drinken, eten en overdenken waar ik in hemelsnaam aan ben begonnen. Jaïr zijn uitspraak schiet door mijn hoofd: “I’m becoming to old for this shit.”.

Na wat te zijn aangesterkt kon ik veilig de afdaling inzetten, althans veilig, de afdaling van Alpe d’Huez ligt er dit jaar slecht bij. Veel zwarte strepen om de ontstane gleuven in het asfalt te vullen. Als je over deze strepen heen rijdt, voel je je band een beetje onder je weg schieten. Beneden aangekomen verdwijnt de pijn snel, Lisa is aangekomen op de camping, samen met Linda en Pieter. Later op de dag komt Leonie aan met haar aanhang, Youri, Michael en Ella. Onze groep is bijna compleet, alleen Els moet nog later in de week aankomen met de bus.

In gedachten had ik een zware training op stapel staan voor de volgende dag, maar het afzien op Villard Reculas brengt mij wat verstand bij. Ik ga met Leonie, Linda en mijn vader La Berarde beklimmen. Linda en ik om op de top een spaghetti te eten, Leonie en mijn vader draaien halverwege om. Dit zijn de eerste klim kilometers van Leonie. Leonie heeft zich laten gaan, de gekuiste versie is ongeveer: $%^$#%^#$%$. Ik had niet anders verwacht. Nooit gefietst in de bergen, dan valt het zwaar. En vooralsnog gaat het helemaal volgens planning, de eerste klim denken “waar ben ik aan begonnen”, dan gaat het de tweede klim sowieso weer beter. Met z’n drieën benadrukken we bij Leonie dat het geweldig is wat ze tot nu toe heeft gepresteerd en dat wij vol vertrouwen in haar hebben.

Linda en ik zijn daarna samen tot de top van La Bérarde gegaan. Continu rijd je langs een rivier, niet super steil, op twee delen na. Onderweg kwamen we een bok tegen, die erg schrok en voordat wij onze telefoons hadden gepakt, was de bok natuurlijk al weg. Boven in het plaatsje La Bérarde was bijna niemand. Na geluncht te hebben in deze rust, zijn we afgedaald naar de camping.

 

Dan het meest bizarre moment van de week. Tijdens de klim van La Bérarde kwam een ambulance, een politieauto en daarna een medische helikopter voorbij. Op het steilste stuk langs de rotswanden met slecht wegdek kwamen we langs de politieauto. Achter de auto stonden beteuterde gezichten en zag ik sporen van een ongeluk. Op de camping bleek dat één van de campinggasten tijdens de afdaling onderuit is gegaan. Zijn maat daalde achter hem aan en zag hem liggen. De medische diensten die 20 minuten later ter plaatse waren, konden helaas niets meer voor André betekenen. Wat ontzettend verschrikkelijk. Een enthousiaste fietser, die met zijn vriend en Pieter die ochtend nog plannen had gemaakt voor mooie fietstochten samen, valt en het is over. Het voelt zo verschrikkelijk, iemand die zo uit het leven wordt getrokken. Ik heb er geen woorden voor, enkel neerslachtige gevoelens. Het gevaar van fietsen is dan weer erg duidelijk.

De volgende dag zijn Pieter en ik samen op weg gegaan. Niet echt om te trainen of om te fietsen. Wel om samen te zijn, als twee vrienden, die ondanks alles wel willen genieten van het leven dat zo mooi is. We hebben mijn favoriete route gevolgd, de Col de Sarenne. Het mooiste was dit keer niet de natuur of het fietsen, nee het ging erom dat Pieter en ik daar samen waren.

Ik merkte het al op de fiets, er zit migraine aan te komen. Het reizen, de spanning en de gebeurtenissen eisen hun tol. Toch probeer ik eigenwijs er nog wat van te maken. Eenmaal na het eten, neem ik eindelijk de juiste beslissing, ik ga in bed liggen met een pil tegen de migraine.

Dinsdag 30 mei ontwaak ik gelukkig zonder hoofdpijn of misselijkheid. Voor de donderdag hoeft niet meer getraind te worden, dat heeft geen nut meer. Het is tijd voor mijn traditionele ritje naar Rivier d’Allemont voor het taartje op het terras met prachtig uitzicht. Het is al met al nog wel 700 hoogtemeters. Nergens voor nodig om die fanatiek te slechten, dus wil ik mijn hartslag laag houden. Enkele hoogtemeters maken is handig omdat ik in de afdaling nog een laatste reparatie aan mijn fiets moet testen. De nieuwe remblokjes die ik heb aangeschaft voor de grote dag.

 

Frustratie alom, ik heb de verkeerde remblokjes mee. Erger dan dat, ik heb weer een speciaal merk (denk ik). De fiets moet perfect geprepareerd zijn en hier is het eerste missertje. Gek genoeg moet Lisa het een beetje ontgelden, terwijl zij natuurlijk niets te maken heeft met mijn verkeerde aanschaf. Gelukkig voor Lisa en voor mij blijkt het speciale merk, helemaal niet speciaal te zijn, alleen duur. De juiste remblokjes zijn gewoon aan te schaffen in Bourg d’Oisans. Ik besluit de remblokjes te gaan monteren in een mooie plek in het bos. Even lekker tot rust komen.

Na de reparatie begint het klimmetje naar Rivier d’Allemont. Tijdens deze laatste test, krijg ik ontzettend veel zelfvertrouwen. Ondanks stijgingspercentages van 10 procent kan ik mijn hartslag met gemak laag houden, het kost amper moeite. Kom maar op met die 6 keer Alpe d’Huez!

Eindelijk ga ik een beetje normaal gedrag vertonen. In plaats van stressen, hoofdpijn, afzien, trainen en plannen, begin ik te genieten. Het taartje bij Crêperie Les Favets en gaan genieten. Dit is misschien wel het begin van het

belangrijkste moment van mijn hele Alpe d’HuZes avontuur. Want vanaf dit moment ben ik gaan ontspannen. Na maanden van hoofdpijnen, migraines, misselijkheid, spanningen, stress gevoelens beginnen alle tips en technieken die ik toegereikt heb gekregen op z’n plaats te vallen. Ondanks dat er een grootse presentatie geleverd moet gaan worden binnenkort, weet ik alles in perspectief te plaatsen. Het zijn mijn eigen gedachtes die de druk erop gooien, laat het nu eens mijn eigen gedachtes zijn die mij ontspanning bieden.

Na het verrukkelijke taartje weet ik deze lijn gewoon door te zetten. De rest van de voorbereiding is praktisch alleen maar ontspannen. Ja, tuurlijk weet ik nadat ik mijn nieuwe banden om mijn wielen heb gelegd op woensdag mij niet in te houden en ga ik nog één keer wat klimmen om de bandjes te testen. Dat is echter geen stress, dat is zin hebben om te starten. Ik sta klaar, ik wil er vandoor, maar ik moet nog even wachten.

De woensdagavond is er altijd een bezinningsavond. Een bijzondere Alpe d’HuZesavond met een terugblik op Alpe d’HuZus, de laatste praktische informatie voor Alpe d’HuZes en drie sprekers. Altijd één spreker die kanker heeft overwonnen, één spreker die vecht tegen kanker en één spreker die een zeer slechte prognose van de ziekte kanker heeft. Van deze laatste spreker hoop je ieder jaar, dat hij/ zij er het jaar erop er nog bij is bij de volgende editie van Alpe d’HuZes. Meestal is dat niet zo. Bij deze avond hoor je weer waarom je gewoon ieder jaar je handje moet ophouden voor donaties voor het KWF. Omdat de kans op genezing van kanker inmiddels 60% is en ieder jaar door veel onderzoek de kans op genezing één procent toeneemt. Dat betekent dat het allemaal niet voor niets is en als je positief kijkt, kanker echt een chronische ziekte in plaats van een dodelijke ziekte kan worden. Iets anders dat mij erg bij is gebleven en bij mij iedere dag weer even terugkomt in gedachten, is de hoop die één van de sprekers uitspreekt. Hoe ziek ze ook is, ze blijft hopen dat ze net zo lang door kan blijven knokken totdat er dat ene medicijn is gevonden, die ook haar kan helpen. Ik help het haar hopen en probeer een miniem steentje bij te dragen door rond Alpe d’HuZes aandacht en geld voor het KWF te genereren.

Nu ben ik klaar voor het grote moment nog maar 6 uurtjes, ik ga naar bed.